Geschiedenis

In het boek "Landhuizen van Curašao en Bonaire" staat het volgende omschreven over Landhuis Daniel: Plantage DaniŰl zou circa 1650 gesticht zijn door een schipbreukeling die aldaar op de feestdag van Sint DaniŰl aan land spoelde. Newton meent, dat de naamgever van de plantage de stichter DaniŰl Ellis is. Het landhuis ligt aan de weg naar Westpunt of zoals Teenstra zegt: "De plantaadje DaniŰl aan de weg, welke het Gebed zonder einde genaamd wordt". Hij noemt haar ook een eenzaam gelegen plantage waar hij "vermeened hier eene gelukkige armoede te ontwaren" en bij de heer Lesueur een gul aanbod van gekookte en nog hete cabrietenmelk geenszins versmaadde. Teenstra vermeldt nog dat een dergelijke drank op zijn tijd smakelijker en verkwikkender is, dan de te Curašao algemeen gebruikelijke rumgrog. Het ruisen der golven op de ongenaakbare noordkust doet hem denken aan een eerder verblijf te Zuid-Afrika.
Onder meer genoemde uitlatingen van Teenstra sterken Renkema in zijn overtuiging, dat de Curašaose planters doorgaans weinig kapitaalkrachtig waren. Over Lesueur zij nog opgemerkt dat hij in 1841 vanwege financiŰle moeilijkheden werd gedwongen tot verkoop van zijn plantage. In 1846 kreeg hij toestemming zich te Bonaire te vestigen, waar, hij door middel van het houden van vee hoopte in zijn levensonderhoud te voorzien. Op plantage DaniŰl brachten landbouw en veeteelt nooit veel op. In 1886 werd de plantage wederom geveild.
Ozinga stelt, dat het betrekkelijk kleine landhuis, gebouwd vˇˇr 1750 wellicht behoort tot de oudste nog bestaande landhuizen. Newton meent dat het huis waarschijnlijk kort na de aankoop van de gronden in 1711 is gebouwd door bovengenoemde Daniel Ellis.
Het huis bestaat uit een kern met aan drie zijden smalle galerijen. Aan de noordzijde is op het midden een dwarsvleugel gebouwd die de galerij onderbreekt. De kern heeft een hoog zadeldak met dakkapellen, de dwarsvleugel eveneens echter zonder dakkapellen. Aan de zuidwesthoek is de keuken gebouwd. De topgevels hebben een fraaie gebogen afdekking. Ook de regenbak aan de oostzijde, verbonden aan het huis door een gootboog, heeft een hoog zadeldak tussen gevels met dezelfde gebogen afdekking. Het huis vertoont een interessante onregelmatige variant van het meer traditionele type landhuizen. In 1959 stond het landhuis op instorten. In 1976 is het gekocht door de aannemer van Lieshout, die het huis zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat heeft gerestaureerd, waarin hij zeker geslaagd is.

Bij de komst van Jan Francke is het landhuis met bijgebouwen grondig gerenoveerd en verbouwd tot hotel-restaurant. Hierbij is de authentieke atmosfeer behouden gebleven, waardoor Landhuis Daniel op dit moment gerekend kan worden tot een van de meest fraaie en best onderhouden landhuizen in authentieke staat op Curašao. Het landhuis is sinds 1997 opgenomen als monument op de lijst van de Stichting Monumentenzorg Curašao.

info@landhuisdaniel.com